Statuten Stichting Mensa Fonds

1. Naam en zetel
1. De stichting draagt de naam: Stichting Mensa Fonds.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Den Haag.

2. Doel
1. De stichting heeft ten doel:
a. het verwerven en verspreiden van kennis met betrekking tot hoge algemene intelligentie (veelal benoemd als hoogbegaafdheid), belangenbehartiging ten behoeve mensen met een hoge algemene intelligentie en aanmoediging van bijzondere prestaties door of ten behoeve van mensen met een hoge intelligentie binnen Nederland of in samenwerking met Mensa Fondsen in andere landen; en
b. het verrichten van alle verdere handelingen die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door bijvoorbeeld, maar niet daartoe beperkt:
a. (co-)financiering van onderzoek naar verschijningvormen en gevolgen van een hoge algemene intelligentie;
b. het verstrekken van studiebeurzen en/of studieleningen (bijvoorbeeld aan mensen die pas op latere leeftijd ontdekken dat zij hoog intelligent zijn, of aan studenten die meerdere studies willen combineren);
c. stimulering van de ontwikkeling van versnelde cursusprogramma's of cursusprogramma's die meer rekening houden met de leerwijzen en faalfactoren van mensen met een hoge algemene intelligentie;
d. het instellen van een Mensa-leerstoel “Hoogbegaafdheid op het werk” (of het initiëren en ondersteunen hiervan, als het een aparte stichting zou moeten worden);
e. het genereren van positieve aandacht voor best practices of bijzondere resultaten van scholen, universiteiten of individuen, bijvoorbeeld door het toekennen van prijzen; en
f. communicatie over gesubsidieerde (onderzoeks)projecten en -resultaten, zowel ten behoeve van kennisdeling en draagvlakverwerving als ten behoeve van de werving en binding van donateurs.
3. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door inkomsten uit fondswervingsactiviteiten, giften, legaten en bijvoorbeeld crowd funding.
4. De stichting beoogt geen winst.

3. Bestuur: samenstelling, wijze van benoemen
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste vijf bestuurders.
Echtgenoten, geregistreerde partners, bloed- en/of aanverwanten tot en met de vierde graad en samenwonenden alsmede bestuurders van Vereniging “Mensa Nederland” kunnen geen lid zijn van het bestuur. Bestuurders hoeven geen lid te zijn van Vereniging “Mensa Nederland”.
2. De bestuurders worden benoemd door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien.
3. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie benoemd. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.
4. Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders wordt benoemd uit een bindende voordracht van ten minste twee personen voor elke vacature, op te maken door Vereniging “Mensa Nederland”.
5. De bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster afgetreden bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar, met inachtneming het bepaalde in lid 4. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
6. Ingeval van een of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
7. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden.
Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

4. Bestuur: taak en bevoegdheden
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
4. Erfstellingen kunnen slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
5. Met het oog op de aanwijzing van de stichting als een algemeen nut beogende instelling (ANBI) moet de stichting een actueel, meerjarig beleidsplan hebben dat inzicht geeft in de manier waarop de doelstelling van de stichting wordt uitgevoerd.
Dit plan moet zijn gericht op de eisen die de belastingdienst daaraan stelt. Ten tijde van de oprichting van de stichting moet het plan in elk geval inzicht geven in:
(i) de werkzaamheden die de stichting verricht;
(ii) de manier waarop de stichting geld wil werven;
(iii) het beheer van het vermogen van de stichting; en
(iv) de besteding van het vermogen van de stichting.

5. Bestuur: vergaderingen
1. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats als bij de oproeping is bepaald.
2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten.
3. Voorts worden vergaderingen gehouden wanneer een van de bestuurders daartoe de oproeping doet.
4. De oproeping tot een vergadering geschiedt ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een oproepingsbrief.
5. Een oproepingsbrief vermeldt behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.
7. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de secretaris.
8. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.

6. Bestuur: besluitvorming
1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig, dan kunnen geen besluiten worden genomen ongeacht het aantal volmachten dat is verleend.
2. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
3. Het bestuur kan met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard.
4. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
5. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij een of meer bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen.
Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
6. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
7. In alle geschillen omtrent stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.

7. Bestuur: defungeren
Een bestuurder defungeert:
a. door zijn overlijden of, indien de bestuurder een rechtspersoon is, door haar ontbinding of indien zij ophoudt te bestaan;
b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
c. door zijn aftreden (al dan niet volgens een rooster van aftreden);
d. door ontslag, hem verleend door de gezamenlijke overige bestuurders;
e. door ontslag op grond van het bepaalde in artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek (ontslag door rechtbank);
f. door zijn toetreding tot het bestuur van Vereniging “Mensa Nederland”.

8. Vertegenwoordiging
1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders.
3. Tegen een handelen in strijd met artikel 4 leden 2 en 3, kan tegen derden beroep worden gedaan.
4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan een of meer bestuurders alsook aan derden om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

9. Boekjaar en jaarstukken
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
De administratie van de stichting dient zodanig te zijn ingericht dat gestelde eisen controleerbaar zijn door de belastingdienst.
3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen.
De balans en de staat van baten en lasten worden onderzocht door een door het bestuur aangewezen registeraccountant, accountant-administratieconsulent dan wel een andere deskundige in de zin van artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de in het vorige lid bedoelde stukken.
4. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

10. Reglementen en commissies
1. Het bestuur is bevoegd een of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.
2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
3. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen.
4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.
5. Het bestuur kan commissies instellen ter ondersteuning bij de uitvoering van haar taken. Het bestuur bepaalt de taken van een commissie.

Niet-bestuurders kunnen lid zijn van een commissie, mits ten minste één lid van die commissie wel bestuurder is.
Elke commissies kan door het bestuur worden ontbonden zonder opgave van reden.

11. Statutenwijziging
1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte totstandkomen. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te verlijden. Deze bevoegdheid kan aan derden worden verleend.
3. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.

12. Ontbinding en vereffening
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
3. Bij ontbinding dient het (batig) liquidatiesaldo te worden besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.
5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

13. Slotbepalingen
1. In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht, leesbaar en reproduceerbaar bericht.
3. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op een en dertig december tweeduizend dertien (31-12-2013).

Slotverklaring

Ten slotte verklaarde de verschenen persoon, handelend als gemeld:
a. het eerste bestuur bestaat uit zes bestuurders;
b. voor de eerste maal zijn bestuurders, in de achter hun naam vermelde functie:

[*opgave eerste bestuurders].

SLOT

De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend.

WAARVAN AKTE is verleden te 's-Hertogenbosch op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De zakelijke inhoud van de akte is aan de verschenen personen opgegeven en toegelicht. Zij hebben verklaard tijdig voor het verlijden een concept van de akte te hebben ontvangen, van de inhoud daarvan te hebben kennisgenomen en te zijn gewezen op de gevolgen die voor partijen uit de akte voortvloeien. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, door de verschenen personen en mij, notaris.