Bestuursstatuut Stichting Mensa Fonds

Beleid
1.1 Beleid
A De stichting zal geen politieke activiteiten ondernemen of enige ideologische, filosofische, politieke of godsdienstige binding aangaan.
B. Het bestuur stelt jaarlijks een beleidsplan op. Er wordt tevens een voortschrijdend drie-jaren beleidsplan opgesteld. Het beleidsplan dient inzicht te geven in:
1. het werk dat het fonds doet;
2. de manier waarop het fondsgeld werft;
3. het beheer van het vermogen van het fonds, en
4. de bestedingen van het fonds.
C. De stichting voert een beleid dat niet strijdig is met het beleid van Vereniging Mensa Nederland (Vereniging Mensa)
D. Het beleidsplan en de activiteiten die de stichting ontplooit dienen te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een ANBI-erkende instelling. Zie appendix 1.
E. Het beleidsplan en de activiteiten die de stichting ontplooit dienen te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een CBF keur. Zie appendix II.

Financiën
2 Financiën
A. De financiële inrichting en uitvoering van het financieel beleid dienen te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een ANBI-erkende instelling. Zie appendix 1.
B. De financiële inrichting en uitvoering van het financieel beleid dienen te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een CBF-keur. Zie appendix II.

3 Besteding van gelden
A. In het meerjarenplan is een financiële paragraaf opgenomen over de voorgenomen bestedingen van gelden.
B. Iedere voorgenomen uitgave, anders dan bestuurlijke infrastructuur, dient gekoppeld te zijn aan een van de statutaire doelstellingen van de stichting.
C. De verhouding tussen overhead en uitgaven gerelateerd aan de doelstellingen van de stichting komt overeen met de eisen die gesteld worden aan een CBF-keur. Het bestuur streeft ernaar de overhead zo laag mogelijk te houden.

Administratieve inrichting
4 Administratieve inrichting
De administratie wordt zodanig ingericht dat aan de eisen van een ANBI-instelling wordt voldaan, zie bijlage I.
De administratie wordt zodanig ingericht dat te allen tijde aangetoond kan worden2:
A. welke bedragen er (per bestuurder) aan onkostenvergoeding en vacatiegelden zijn betaald
Zodat beoordeeld kan worden of bestuursleden bovenmatige kostenvergoedingen of vacatiegelden ontvangen.
B. welke kosten de instelling heeft gemaakt
Bedragen die zijn uitgegeven voor het werven van geld en de beheerskosten van de instelling.
Zodat beoordeeld kan worden of er een redelijke verhouding is tussen de kosten en bestedingen.
C. wat de aard en omvang van de inkomsten en het vermogen van de instelling is
Zodat beoordeeld kan worden of de bestedingen van de ANBI in lijn zijn met het CBF bestedingscriterium.
D. welke financiële verplichtingen de stichting heeft aangegaan, en
E. welke contracten / overeenkomsten de stichting heeft afgesloten.

5 Jaarverslag
De stichting stelt jaarlijks een jaarverslag op dat voor het publiek beschikbaar is. Het jaarverslag dient te voldoen aan de eisen die door het CBF keur aan het jaarverslag wordt gesteld, zie appendix II. De Richtlijn bevat regels voor de financiële verantwoording en voor de opzet van de balans en de staat van baten en lasten.

6 Geldmiddelen
A. Er wordt een apart Treasury statuut opgesteld waarin onder andere de financiële procuratie wordt geregeld.
B. De stichting als geheel zal geen negatief balanssaldo aanhouden.
C. Declaraties van de bestuursleden dienen door de penningmeester goedgekeurd te worden.
D. Declaraties van de penningmeester dienen door de voorzitter goedgekeurd te worden.

BESTUUR
7 Algemeen
A. Het bestuur wordt gevormd door ten minste vijf leden en maximaal zeventien en heeft de algemene leiding van de stichting.
B. Het bestuur stelt het aantal bestuursleden vast.
C. Indien door welke omstandigheden dan ook het bestuur uit minder dan vijf leden bestaat zal het bestuur nochtans worden geacht te functioneren tot in de vacature(s) is voorzien.

8 Zittingstermijn en vervulling van tussentijdse vacatures
A. Het bestuur stelt een rooster van aftreden optreden op waarbij er naar gestreefd wordt dat 50% van de bestuurders iedere twee jaar aftreedt. Bij het oprichten van de stichting zal een rooster worden opgesteld waarbij enkele van de eerste bestuursleden een zittingstermijn hebben van twee jaar.
B. Bij vaststellen van het rooster wordt erin voorzien dat voorzitter, secretaris en penningmeester nooit alle drie tegelijkertijd volgens rooster aftredend zijn.

9 Voorwaarden voor het bestuurslidmaatschap
Een bestuurslid dient:
A. Indien deze voorgedragen wordt door de Vereniging Mensa Nederland (Vereniging Mensa), aan dezelfde voorwaarden te voldoen als waaraan een bestuurslid van Vereniging Mensa dient te voldoen.
B. Niet onderhevig te zijn aan een sanctie van de Vereniging Mensa Nederland of de internationale organisatie Mensa.
C. Te voldoen aan de eisen die de belastingdienst stelt aan een bestuurder, zie appendix I.
D. Te voldoen aan de eisen die het CBF stelt aan een bestuurder, zie appendix II.

BEËINDIGING EN SCHORSING VAN HET BESTUURSLIDMAATSCHAP
10 Beëindiging en schorsing van het bestuurslidmaatschap
A. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
1. wanneer het lidmaatschap van de Vereniging Mensa Nederland eindigt indien het bestuurslid is voorgedragen door de Vereniging Mensa Nederland;
2. na afloop van de zittingstermijn;
3. op verzoek van het bestuurslid met onmiddellijke ingang;
4. door middel van ontslag door het bestuur; en
5. voorts op de wijze als in de wet staat omschreven.
B. Het bestuur kan een bestuurslid schorsen, indien zij daartoe termen aanwezig acht. Vooraleer een zodanig besluit door het bestuur wordt genomen, dient dit voor een bestuursvergadering geagendeerd te zijn en aldaar besproken. De betrokkene krijgt tijdens die vergadering de gelegenheid de termen te weerleggen. Gedurende de schorsing kan een bestuurslid zijn bestuurstaken niet uitoefenen Een geschorst bestuurslid heeft geen bevoegdheid te spreken of te handelen namens het Mensa Fonds.
C. Binnen negentig dagen dient te worden besloten of de schorsing wordt omgezet in ontslag, dan wel dat de schorsing wordt opgeheven. De schorsing wordt ook opgeheven door verloop van de termijn.
D. Indien een bestuurslid drie achtereenvolgende bestuursvergadering niet bijwoont zonder daarvoor een goede reden aan te dragen, zulks ter beoordeling door het bestuur, wordt deze geacht te zijn afgetreden. De secretaris zal het bestuurslid informeren over het bestuursbesluit.

BENOEMEN VAN BESTUURDERS
11 Benoemen van bestuurders
A. Bestuursleden kunnen uitsluitend worden voorgedragen door de Vereniging Mensa Nederland en door bestuursleden van de stichting.
B. De benoeming van bestuursleden dient voor een bestuursvergadering geagendeerd te zijn.
C. Conform de statuten worden voorzitter, secretaris en penningmeester in functie benoemd voor de vastgestelde bestuurstermijn.
D. Het bestuur bepaalt onderling wie in welke functie benoemd wordt
E. Voor iedere bestuurspositie die ingevuld dient te worden met een door de Vereniging Mensa Nederland voorgedragen kandidaat zal Vereniging Mensa twee geschikte personen kandideren. Het bestuur maakt een keuze uit deze twee kandidaten.

BESTUUR EN BESTUURSFUNCTIES
12 Bestuursvergaderingen
A. Het bestuur vergadert ten minste eenmaal per drie maanden en voorts zo vaak de voorzitter of minstens twee bestuursleden wenselijk achten. Een Teleconference call wordt ook als vergadering gekenmerkt.

13 De voorzitter
A. Ziet er op toe dat een beleidsplan wordt geformuleerd en uitgevoerd. Is verantwoordelijk voor strategische projecten.
B. Is verantwoordelijk dat de stichting aan de eisen van een ANBI-instelling en het CBF-keur voldoet en blijft voldoen.
C. De voorzitter is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het bestuur en leidt de bestuursvergaderingen. In overleg met de overige bestuursleden stelt de voorzitter plaats en tijd van de bestuursvergaderingen vast.
D. De voorzitter coördineert de externe betrekkingen van de stichting en vertegenwoordigt uit dien hoofde de stichting bij belangrijke gelegenheden.

14 De vice-voorzitter
A. De vice-voorzitter wordt door de bestuursleden uit hun midden aangewezen en dient de voorzitter bij ontstentenis te vervangen.
B. Mocht de vice-voorzitter niet in staat zijn de voorzitter te vervangen, dan bepaalt het bestuur wie van de overige bestuursleden het voorzitterschap op dat moment moet waarnemen.
C. Indien de positie van voorzitter tijdens een zittingstermijn vacant wordt, zal hij/zij tijdelijk de rol van voorzitter vervullen, met de titel “voorzitter ad interim”, totdat door het bestuur een nieuwe voorzitter is benoemd.

15 De secretaris
A. De secretaris heeft de verantwoordelijkheid voor de correspondentie van de stichting, het notuleren en het opmaken van verslagen van bestuursvergaderingen, het samenstellen van het jaarverslag en het beheer van het archief van de stichting.
B. Bij ontstentenis van de secretaris draagt het bestuur zorg voor vervanging.

16 De penningmeester
A. De penningmeester:
1. beheert de gelden van de stichting. Dienovereenkomstig zorgt hij/zij voor het innen van de gelden en vorderingen, het doen van uitgaven, het voeren van de  financiële administratie en het opstellen van het financieel jaarverslag;
2. is verantwoordelijk voor het opstellen van een jaarlijks budget en de contouren weer te geven voor een 3-jaars voortschrijdende begroting;
3. bewaakt het budget en rapporteert over de stand van zaken per ultimo kwartaal aan het bestuur;
4. formuleert het Treasury beleid en voert het door het bestuur goedgekeurde Treasury beleid uit;
5. stelt het financiële gedeelte van het jaarverslag op, zijnde de jaarrekening;
6. mag zonder machtiging van het bestuur geen uitgaven doen die een door het bestuur nader te bepalen bedrag te boven gaan;
7. dient aan het bestuur ter goedkeuring voor te leggen welke rekeningen hij bij welke financiële instellingen aanhoudt, en
8. heeft de verantwoordelijkheid voor het bewaren van de financiële stukken van de stichting zoals bij wet bepaald.
B. Bij ontstentenis van de penningmeester draagt het bestuur zorg voor vervanging.

17 Overige bestuurders
De volgende portefeuille fragmenten worden onder alle bestuursleden verdeeld:
A. Wetgeving en fiscaliteit.
1. Zorgt er voor dat de stichting aan de wettelijke en fiscale eisen voldoet en blijft voldoen om de ANBI status te behouden.
2. Zorgt er voor dat eventuele copyright issues, eigenaarschap van producten en andersoortige Intellectual Properties die de stichting voortbrengt is geregeld.
3. Bewaakt dat het gebruik van de naam “Mensa”, het gebruik van het Logo en
Domeinnaam conform de regelgeving van Vereniging Mensa is en in lijn met de gebruiksovereenkomst.
B. Fondsenwerving. Zorgt voor het genereren van ideeën, het formuleren van een fondsen wervingsbeleid en het organiseren van de uitvoering.
C. Fondsenbesteding. Zorgt voor het genereren van ideeën, het formuleren van een fondsen bestedingsbeleid en het organiseren van de uitvoering.
D. Awards. Zorgt er voor dat er een consistent award beleid geformuleerd wordt en uitgevoerd wordt.
E. PR. Het verzorgen van de public relations voor en de marketing van Stichting  Mensa Fonds
F. ICT. Het verzorgen van de informatie –en communicatie infrastructuur
G. Allianties. Zorgt er voor dat eventuele samenwerkingsverbanden in het belang zijn van de stichting en bewaakt dit.
H. Administratie. Zorgt voor de administratieve inrichting, zodanig dat vragen van het bestuur snel beantwoord kunnen worden, en het documenteren van processen.
I. Mensa Fonds- Zuster-organisaties. Onderhoud de contacten met Mensa Fonds zusterorganisaties in het buitenland.

BESTUURLIJKE CODE OF ETHICS – PERSOONLIJKE EN BESTUURLIJKE MORES
18 Persoonlijke en professionele integriteit
Alle bestuursleden, staf en vrijwilligers van de stichting zullen in hun handelen als vertegenwoordiger van de organisatie eerlijkheid, integriteit en openheid betrachten. De Stichting maakt zich sterk voor een werkomgeving waar respect, fairness en integriteit centraal staan.

19 Missie
De stichting heeft in haar beleidsplan een heldere missie en visie statement opgenomen, in navolging van het opkomen voor het algemeen belang. Alle activiteiten die de stichting ontplooit zijn ondersteunend aan de missie en iedereen de activiteiten ontplooit ten behoeve de stichting is loyaal aan de doelstellingen en de missie van de stichting.

20 Bestuurlijke integriteit, normen en waarden
De stichting heeft een actief bestuur dat verantwoordelijk is voor de strategische richting van de stichting en voor de missie van de stichting, zorgt voor de besturing van financiën, operations en het vaststellen van policies van de Stichting. Het bestuur:
1. Zorgt er voor dat de bestuursleden deskundig en ervaren zijn om hun functies uit te kunnen voeren en dat alle leden hun bestuurlijke verantwoordelijkheden kennen ter faveure van de Stichting en haar publieke doelstellingen.
2. Zorgt er voor zorgt dat iedere belangenverstrengeling of schijn van belangenverstrengeling vermeden wordt door openbaarmaking, onthouding van discussie en stemmen, of anderszins.
3. Zorgt er voor dat de voorzitter en elk bestuurslid apart het bestuur tijdig en juist informeert zodat het bestuur haar taken effectief kan uitvoeren.
4. Zorgt er voor dat de stichting alle transacties en zakelijke overeenkomsten integer en eerlijk uitvoert.
5. Zorgt er voor dat binnen de stichting de werkverhoudingen tussen de bestuursleden, staf, vrijwilligers en programma-begunstigden gebaseerd zijn op wederzijds respect, eerlijkheid en openheid.
6. Zorgt er voor dat de stichting eerlijk en transparant is in haar policies en practices, voor alle bestuursleden, stafleden en vrijwilligers.
7. Zorgt er voor dat de policies van de stichting helder en ondubbelzinnig zijn en schriftelijk worden vastgelegd.
8. Zorgt er voor dat alle middelen van de stichting verantwoordelijk en prudent beheerd worden.
9. Zorgt er voor dat de stichting de kennis en ervaring tot haar beschikking heeft om haar programma’s effectief uit te kunnen voeren.

21 Openheid en openbaarmaking
Het Mensa Fonds maakt informatie duidelijk en tijdig beschikbaar aan de buitenwereld, de media en alle stakeholders en is tijdig met haar response op redelijke vragen om informatie. Alle informatie die de stichting verstrekt zullen volledig en juist zijn en de policies en de practices van de stichting weergeven.
Basis informatie over de stichting, zoals het formulier 650, en het goedgekeurde financiële verslag zal op de website worden gepubliceerd of anderszins openbaar worden gemaakt. Geen enkel bestuurslid zal een persoonlijk geschenk aannemen of voordeel verkrijgen, direct of indirect, door het bestuurslidmaatschap of de activiteiten die het bestuur of de stichting ontplooit. Ieder bestuurslid zal een mogelijke belangenverstrengeling kenbaar maken indien een situatie zich voordoet.
Ieder bestuurslid zal een mogelijke belangenverstrengeling of een persoonlijk belang kenbaar maken in een bestuurlijke zaak en zal zich afzijdig houden van discussen en besluitvorming over zulke onderwerpen.

22 Programma evaluatie en permanente verbetering
De stichting zal regelmatig haar programma’s op effectiviteit evalueren en heeft mechanismes om “lessons learned” te verwerken in toekomstige programma’s. De stichting heeft zich gecommitteerd om haar programma’s te verbeteren, haar effectiviteit te meten en mechanismes te ontwikkelen om van haar activiteiten te leren.

23 Inclusiviteit en Diversiteit
De stichting heeft een policy om inclusiviteit van haar bestuur, staf en vrijwilligers te promoten. Deze policy is een afspiegeling van de gewenste diversiteit om de effectiviteit van haar programma’s te verrijken. De stichting neemt de juiste stappen om inclusiviteit te promoten in het behouden en het werven van bestuurders en vrijwilligers voor ondersteunende taken.

24 Fondsenwerving
De stichting zal in het werven van fondsen eerlijk en integer zijn in haar wervend materiaal. De stichting respecteert de privacy (zorgen) van individuele donoren en zal haar fondsen besteden conform de intentie van de donor. De stichting zal belangrijke en relevante informatie aan potentiële donoren openbaar maken. In een (openbare) fundraising zal de stichting op volgende wijze de rechten van de donoren respecteren:
1. Hen informeren over de missie van de stichting, de wijze waarop de gelden worden besteed en dat donaties besteed worden voor de doelstellingen waarvoor ze zijn gegeven.
2. Hen informeren over de identiteit van de personen die het bestuur vormen en verwachten dat het bestuur prudent omgaat met de middelen en haar dienende verantwoordelijkheden.
3. Hen toegang verschaffen tot de meest actuele financiële verslagen van de Stichting
4. Benadrukken dat hun giften besteed zullen worden aan de doelen waarvoor ze zijn gegeven.
5. Hen de passende erkenning en herkenning te geven.
6. Benadrukken dat gegevens over hun donatie met respect en vertrouwelijk wordt behandeld voor zover de wet dat toestaat.3
7. Benadrukken dat gegevens over hun donatie niet openbaar gemaakt zullen worden tenzij daar toestemming is verkregen.4
8. Benadrukken dat alle relaties met personen die de stichting vertegenwoordigen, en die van belang zijn voor de donor, een professioneel karakter hebben.
9. Aangeven dat het hen vrijstaat vragen te stellen en dat ze terstond een eerlijk en oprecht antwoord krijgen.

SLOTBEPALINGEN
25 Overdrachtsplicht
Alle bestuursleden dragen bij hun aftreden alle stichtingseigendommen en relevant materiaal die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de stichting over aan hun opvolger, of aan de secretaris, of aan de fungerende voorzitter van de stichting, zulks ter beoordeling van het bestuur.
Onder relevant materiaal wordt verstaan maar niet beperkt tot:
1. alle onder hun beheer staande stukken;
2. bestanden en software;
3. documenten die in het archief van de stichting bewaard dienen te worden.

26 Fondsenwerving
De fondsenwerving van de stichting dient te voldoen aan de eisen die het CBF-keur daar aan stelt, zie appendix II.

27 Privacy
5Gegevens van personen mogen alleen gebruikt worden voor de doelstelling waarvoor ze zijn verkregen.
De privacy regels zoals gehanteerd door de stichting dient te voldoen aan de eisen van het CBF-keur, zie appendix II,

28 Wijzigen bestuursstatuut
Het bestuursstatuut kan door het bestuur gewijzigd worden. Een voorstel tot wijziging dient voor een bestuursvergadering geagendeerd te zijn.

Appendix 1 Eisen van de belastingdienst aan een ANBI instelling per oktober 2012.
1 Het beleidsplan en de activiteiten die de stichting ontplooit dient te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een ANBI-erkende instelling.
Het bestuur stelt jaarlijks een beleidsplan op. Er wordt tevens meer-jaren beleidsplan opgesteld voor een periode van minimaal drie jaren.
Het beleidsplan dient inzicht te geven in6:
1. het werk dat het fonds doet
2. de manier waarop het fondsgeld werft
3. het beheer van het vermogen van het fonds
4. de besteding van het vermogen van het fonds
Waarbij7:
a) uit de regelgeving en de feitelijke werkzaamheden van de instelling blijkt dat de instelling met het totaal van haar algemeen nuttige activiteiten geen winstoogmerk heeft;
b) uit de regelgeving en de feitelijke werkzaamheden van de instelling blijkt dat de instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen belang dient8;
c) uit de regelgeving van de instelling en de feiten blijkt dat een natuurlijk persoon noch een rechtspersoon over het vermogen van de instelling kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen, met dien verstande dat de belastinginspecteur, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, kan toestaan dat een steunstichting en de instelling of instellingen welke door deze stichting wordt ondersteund, onderscheidenlijk worden ondersteund, over en weer kunnen beschikken over elkaars vermogen als ware het eigen vermogen;
d) de instelling niet meer vermogen aanhoudt dan is aangegeven in artikel 2;
e) de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt, ter zake van de door hen in die hoedanigheid voor de instelling verrichte werkzaamheden geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet-bovenmatig vacatiegeld;
f) de instelling beschikt over een actueel beleidsplan dat inzicht geeft in de door de instelling te verrichten werkzaamheden ter verwezenlijking van haar doelstelling, de wijze van werving van inkomsten, het beheer van het vermogen van de instelling en de besteding daarvan;
g) de beheerkosten van de instelling in redelijke verhouding staan tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de instelling;
h) uit de regelgeving van de instelling blijkt dat bij opheffing van de instelling een batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling, en
i) de administratie van de instelling zodanig is ingericht dat daaruit duidelijk blijkt:
   i. de aard en omvang van de aan de afzonderlijke leden van het orgaan van de
instelling dat het beleid bepaalt toekomende onkostenvergoedingen en
vacatiegelden;
   ii. de aard en omvang van de kosten die door de instelling zijn gemaakt ten behoeve van het beheer van de instelling, alsmede de aard en omvang van de andere uitgaven van de instelling;
   iii. de aard en omvang van de inkomsten van de instelling, en
   iv. de aard en omvang van het vermogen van de instelling.
k) Een algemeen nut beogende instelling mag ter financiering van haar doelstelling commerciële activiteiten ontplooien, indien de inkomsten, zijnde het saldo van baten en lasten, gerealiseerd met die activiteiten, in overeenstemming met artikel 1b, binnen een redelijke termijn geheel of nagenoeg geheel ten goede komen aan die doelstelling
Definities:
1. Onder algemeen nuttige activiteiten worden voor de toepassing van deze paragraaf verstaan:
alle activiteiten die erop zijn gericht om de doelstelling van een algemeen nut beogende instelling te verwezenlijken of te bevorderen. Activiteiten zijn geen algemeen nuttige activiteiten indien de instelling het geheel van die activiteiten tegen commerciële tarieven verricht.
2. Onder commerciële activiteiten worden voor de toepassing van deze paragraaf verstaan: het tegen commerciële tarieven verrichten van werkzaamheden of verlenen van diensten met het oogmerk hiermee ter financiering van de algemeen nuttige activiteiten van de instelling een positief resultaat te behalen.

2 Eisen gesteld aan de financiële inrichting
De financiële inrichting en uitvoering van het financieel beleid dient te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een ANBI-erkende instelling. Waarbij9:
A. Een algemeen nut beogende instelling houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig
is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de
instelling.
B. Onder vermogen dat nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden als bedoeld
in lid A worden begrepen:
1. vermogen of bestanddelen daarvan die krachtens uiterste wilsbeschikking of schenking door de instelling zijn verkregen, en die op grond van aan die uiterste wilsbeschikking of schenking verbonden voorwaarden, al dan niet in reële termen, in stand moeten worden gehouden;
2. vermogensbestanddelen voor zover de instandhouding daarvan voortvloeit uit de doelstelling van die instelling, en
3. activa en voor de voorziene aanschaf van activa aangehouden vermogensbestanddelen, voor zover een instelling die activa redelijkerwijs nodig heeft ten behoeve van de doelstelling van de instelling.
C. De algemeen nut beogende instelling vermeldt in haar financiële administratie het doel waarvoor het vermogen wordt aangehouden, alsmede een motivering voor de omvang van dat vermogen

3 Administratieve inrichting
De administratie wordt zodanig ingericht dat te allen tijde aangetoond kan worden:
A. welke bedragen er (per bestuurder) aan onkostenvergoeding en vacatiegelden zijn betaald. Zodat beoordeeld kan worden of de bestuursleden bovenmatige onkostenvergoedingen of vacatiegelden ontvangen.
B. welke kosten de instelling heeft gemaakt
Bedragen die zijn uitgegeven voor het werven van geld en de beheerskosten van de instelling.
Zodat beoordeeld kan worden of er een redelijke verhouding is tussen de kosten en de bestedingen.
C. wat de aard en omvang van de inkomsten en het vermogen van de instelling is
Zodat beoordeeld kan worden of de bestedingen van de ANBI in lijn zijn met het CBF bestedingscriterium..

5 Jaarverslag
De vergoedingen en eventuele vacatiegelden worden in de jaarrekening zichtbaar gemaakt en toegelicht.

9 Voorwaarden voor het bestuurslidmaatschap
Een bestuurslid dient:
C. Te voldoen aan de integriteitseisen10:
1. De instelling en mensen die daar rechtstreeks bij betrokken zijn, mogen niet
aanzetten tot haat of het gebruik van geweld.
2. Bestuurders, leidinggevenden en gezichtsbepalende personen mogen hiervoor in de afgelopen 4 jaar niet zijn veroordeeld.

Appendix II Eisen van het CBF keur per oktober 2012

1. Beleid
Zodra er een meerjaren beleidsplan is dient dit tegen de CBF beleids-eisen gehouden te worden.
Hieronder de belangrijkste CBF-eisen.

2 Eisen gesteld aan de financiële inrichting
11 Alle eventuele reserves zijn benoemd en vóóraf bestemd. De stichting zal geen reserves vormen zonder vóóraf hieraan een bestemming te geven.
12 De hoogte van de continuïteitsreserve voor risico's op korte termijn zal niet meer dan maximaal 1,5 maal de jaarlijkse kosten van de werkorganisatie bedragen (zowel voor de werving als voor de doelstellingsuitvoering).

5 Jaarverslag13
De vergoedingen en eventuele vacatiegelden worden in de jaarrekening zichtbaar gemaakt en toegelicht..
De stichting stelt jaarlijks een jaarverslag op dat voor het publiek beschikbaar is. Het jaarverslag dient te voldoen aan de “Richtlijn 650 Fondsenwervende instellingen”. Deze Richtlijn 650 is speciaal voor fondsenwervende instellingen ontworpen. De Richtlijn bevat regels voor de financiële verantwoording en voor de opzet van de balans en de staat van baten en lasten.

9 Voorwaarden voor het bestuurslidmaatschap
14 Bestuurders van de Stichting mogen niet zijn bestuurder, oprichter, aandeelhouder, toezichthouder of werknemer van (met een entiteit wordt gelijkgesteld een rechtspersoon of entiteit die statutair – direct of indirect – met de stichting is verbonden).

26 Fondsenwerving15
Bij de fondsenwerving moet duidelijk zijn wie werft, voor welk doel, voor welke activiteiten en hoeveel geld hiervoor nodig is. De stichting zal gevers niet onder druk zetten en zich niet met anderen vergelijken.

27 Privacy16
Gegevens van donateurs mogen zonder toestemming van de donateur niet aan derden beschikbaar worden gesteld.

Voetnoten:
1 Alles wat in dit artikel in italics staat is een eis van de belastingdienst of een eis voor het CBF-keur.
2 A,B en C zijn gelijk aan de eisen van de belastingdienst, D en E door opsteller dezes toegevoegd.
3 De stichting geeft geen informatie tenzij door de overheid gedwongen informatie te verschaffen
4 De stichting geeft uitsluitend informatie over donoren indien de donor toestemming heeft gegeven.
5 Eerste zin is een algemene bepaling uit de WBP.
6 Eisen belastingdienst aan een ANBI instelling.
7 Eis belastingdienst volgens Uitvoeringsregeling Algemeen wet inzake rijksbelastingen 1994, Artikel 1a tekst gelden 03-10-2012.
8 Eis belastingdienst ANBI instelling: voor minstens 90% voor het algemeen belang.
9 Eis belastingdienst volgens Uitvoeringsregeling Algemeen wet inzake rijksbelastingen 1994, Artikel 1b tekst geldend 03-10-2012.
10 Twee eisen die de belastingdienst stelt aan ANBI instelling.
11 Uit nul-meting CBF-keur.
12 Uit nul-meting CBF-keur.
13 Eis van CBF-keur.
14 Uit nul-meting CBF-keur.
15 Uit eisen CBF Keur.
16 Uit eisen CBF keur.