Mensen aan het woord

Leestijd: 3 min. per interview / story

Het Mensa Fonds heeft een aantal mensen geïnterviewd die betrokken zijn bij het Mensa Fonds. Zij hebben een award gewonnen of zijn genomineerd voor een award, of zijn vrijwilliger die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het Mensa Fonds.

Marc Bezembinder, vrijwilliger en fotograaf van het Mensa Fonds
Corina de Boer, de winnaar van de Mensa Fonds Award Maatschappij 2017
Fleur Terpstra, de winnaar van de Mensa Fonds Award Onderwijs 2017
Jeroen Stolwijk, ontwerper van het Mensa Fonds logo
Suzanne Buis, genomineerd Mensa Fonds Award Maatschappij 2017
Noks Nauta, winnaar mensa Fonds Award Maatschappij 2016
Tessa Kieboom, winnaar Mensa Fonds Award Onderwijs 2016
Rudo Slappendel, veilingmeester benefietveiling 2017
Lotte van Lith, winnaar Mensa Fonds Award Werk 2016
Lavinia Meijer, winnaar Mensa Fonds Award Maatschappij  2015
Ilona Boeren, zij stelde 2 kavels beschikbaar voor de benefietveiling
Esmeralda Klein Reesink, vroeg bij haar promotie een bijdrage aan het Mensa Fonds in plaats van cadeaus.
Danielle Krekels, winnaar Mensa Fonds Award Werk 2015
Anita Wuestman, winnaar Mensa Fonds Award Onderwijs 2015

Vrijwilliger in beeld: Marc Bezembinder

Wie weet heb je hem ontmoet tijdens de Mensa Fonds Awards, of heb je genoten van de prachtige foto’s die hij heeft gemaakt: de fotograaf Marc Bezembinder. Omdat wij blij zijn met zijn bijdrage aan het Mensa Fonds, zetten we ook deze vrijwilliger graag in het zonnetje in dit korte interview.

Uitdaging
Marc is familie van bestuurslid Christianne. Dat blijkt wel uit de achternaam, waar Marc overigens bijzonder trots op is. Hoe hij bij het Mensa Fonds betrokken raakte? “Christianne had via social media wat van mijn werk gezien en heeft me vervolgens benaderd of ik het leuk zou vinden om de Mensa Fonds Awards 2018 vast te willen leggen. Aangezien ik geen idee had wat dit was en wel van een uitdaging hou heb ik ja gezegd.”

IT
In het dagelijks leven is Marc overigens geen fotograaf, maar werkt hij voor een Japanse International. “Ik ben verantwoordelijk voor de IT-dienstverlening in Europa en dan specifiek onze fabrieken, R&D omgevingen, automotive- en logistieke tak. Juist deze onderdelen zijn moeilijk te standaardiseren en ik krijg dan ook de meest exotische IT vragen voor mijn kiezen waarbij dan meestal ook nog wordt gesteld dat het gisteren moet zijn geïmplementeerd. Het is een drukke baan maar wel heel erg leuk, vooral omdat ik midden in de techniek zit wat echt mijn ding is.”

Soms vraag ik me wel eens af “waarom wil ik dit toch allemaal weten….”

De natuur in
Midden in de techniek… Dat lijkt iets heel anders dan fotograferen, maar Marc ziet weldegelijk een link: “Het ontwikkelen van je foto’s wat je vroeger in de Doka deed, doe je tegenwoordig digitaal. Fotograferen heeft voor mij met de komst van het digitale tijdperk dus weer een behoorlijke impuls gekregen.” En wat fotografeert deze techniekliefhebber dan het liefst… natuur- en wildlife. “Ik vind het heerlijk om de natuur in te trekken met 15kg aan apparatuur op  mijn rug om de mooiste plekjes van onze schitterende aarde vast te leggen.”

Mensa Fonds Awards
Naast natuur- en wildlife, mag Marc ook graag mensen fotograferen. En die waren er natuurlijk op de Mensa Fonds Awards genoeg. Van de Awards zelf heeft hij maar een deel meegekregen: “Op het moment dat ik met de camera bezig ben, ben ik constant het moment aan het zoeken voor de foto Daardoor hoor ik sprekers eigenlijk niet meer.” Wel heeft hij voor en na het evenement leuke gesprekken gehad en contacten opgedaan. “Ik heb zelfs een leuk Facebook contact overgehouden met iemand (HB’er) die bijna dezelfde achtergrond, opleiding en martial arts heeft gedaan als ik, heel bijzonder!”

Meer van Marc
De foto’s die Marc gemaakt heeft, staan op de website van het Mensa Fonds en zijn op te vragen bij Christianne. Meer werk van Marc is te zien via https://www.marcb.nl, de link stuurt je automatisch door naar de diverse albums. Daarnaast zit hij op Facebook https://www.facebook.com/marc.bezembinder en zijn er een paar artikelen met foto’s gepubliceerd in het Life Style magazine Qualis.

Ook actief bijdragen aan het Mensa Fonds? We overleggen graag over de mogelijkheden! Mail naar fondsenwerving@mensafonds.nl voor een (bel-)afspraak.

Interview Corina de Boer

Het is leuk om slim te zijn
Corina de Boer – winnaar Mensa Fonds Award categorie Maatschappij
Onderstaand interview is verschenen in Nieuwsbrief 48 van mei 2018.

Corina de Boer won de Mensa Fonds Award 2017 in de categorie Maatschappij vanwege haar belangrijke bijdrage aan het organiseren en uitbouwen van de SlimmerIQuiz. Wat betekent de Award voor haar? En wat betekent de SlimmerIQuiz voor hoogbegaafdheid?
Een (telefonisch) interview door Joost Jager.

Corina de Boer werkt bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) als Personal Assistant van professor Robbert Dijkgraaf en als Eventmanager van Bureau Communicatie. In die hoedanigheid is ze zeer betrokken bij de SlimmerIQuiz die de Vereniging Mensa Nederland sinds 2013 jaarlijks met de UvA organiseert. Corina heeft zich niet alleen ingezet voor de ontwikkeling van dit kwalitatief hoogstaande event maar ook geïnvesteerd in de borging ervan voor de toekomst, mede met de steun van het Amsterdams Universiteitsfonds (AUF). De SlimmerIQuiz is belangrijk voor de beeldvorming rond hoogbegaafdheid in het algemeen en op basisscholen in het bijzonder. Ingezet wordt op de gedachte dat slim zijn leuk is. En de quiz laat dat zien.

We zouden graag horen of je blij bent met je award, maar het is alsof je me niet verstaat…
Hallo?… Ja, ogenblik. <stilte> Wacht even… ben je er nog? <weer stilte, voetstappen>. Zo beter?
 
Ja, luid en duidelijk. Waar zit je in hemelsnaam?
Ergens in de polder. We hebben net de sleutel gekregen van ons appartement in een gerenoveerde stolpboerderij. Ik sta nu waar we een beetje bereik hebben; niet toevallig in de hoek waar de dichtstbijzijnde zendmast staat. Maar goed: de award was een enorme verrassing. Een eer! Toen ik zag dat ik met Rineke Derksen en Suzanne Buis was genomineerd leek het me bijna onmogelijk om te winnen…

En toch gelukt. Dit jaar alweer de vijfde SlimmerIQuiz?
Jazeker. Vanaf het tweede jaar doe ik al mee. Er was direct een klik met het team van Mensa. We zijn blij dat we als Universiteit van Amsterdam partner kunnen zijn van zo’n mooi evenement. Eigenlijk is groep 8 voor ons nog wat aan de jonge kant – we richten ons meer op het middelbaar onderwijs. Maar ook de deelnemers aan de SlimmerIQuiz zijn toekomstige studenten , dus waarom niet? Soms komt het voor dat zeer getalenteerde kinderen uit het basisonderwijs al betrokken zijn bij de UvA. De jongste is, meen, ik 7 jaar oud.

Hoe is de sfeer tijdens de SlimmerIQuiz?
In het begin hebben de deelnemers heel even last van zenuwen. Daarna is het alleen maar een groot feest. Bij de tweede editie verplaatsten we de finale naar de aula van de universiteit, aan de Singel. Hierdoor konden ook de docenten en ouders mee en werd het een nóg groter feest. Als de kinderen binnenkomen in de aula, dan zijn ze zichtbaar onder de indruk. ‘Wow’… je ziet het ze denken. Verder komen ze niets te kort: er is ruimte om te spelen, te rennen, te lunchen, even naar buiten te lopen en midden in Amsterdam te staan… kortom: feest.

Groeit de quiz zo langzamerhand niet uit z’n jasje?
Qua aantal teams dat mee kan doe aan de finale zitten we aan onze grens, ja. Maar we groeien op een andere manier. Steeds meer scholen doen mee aan de landelijke voorrondes. En om de spanning er in te houden tijdens het juryberaad – typisch zo’n moment dat je de kinderen bezig moet houden – heb ik een keer mijn collega Professor Robbert Dijkgraaf gevraagd een mini-college te geven. Dat was een groot succes: het mini-college is nu een vast onderdeel van het programma met elke jaar een andere wetenschapper over een leuk thema. Daarnaast is er tijdens de finale een livestream, zodat de hele klas van de deelnemers op school kan meekijken.

Virtuele ruime voor extra publiek! Wordt de livestream goed bekeken?
Absoluut. Na de finale blijven de beelden online beschikbaar, onder meer op de website van de UvA. Verbazingwekkend is dat de reportages van de SlimmerIQuiz een enorme hoeveelheid views hebben. Kennelijk wordt er door klassen in het hele land naar gekeken. Op zo’n moment merk ik dat ik – samen met mijn collega Regien Bloch – in vijf jaar een mooi evenement op de kaart heb gezet.

Wat zijn het nou voor kinderen, die de finale halen?
Qua profiel? Daar weet ik eerlijk gezegd niet het fijne van. De voorrondes regelt Mensa. Wij stellen als UvA onder andere onze locatie beschikbaar voor de finale. Ik weet dat er goed wordt gelet op de samenstelling van een team. Drie rekenwonders leveren je waarschijnlijk geen overwinning op. Dus is het goed als er ook een praktische denker en een talenknobbel in het betreffende team zit. En ja, ze zijn natuurlijk slim. Daar gaat deze quiz tenslotte over: dat het leuk is om slim te zijn.

Ben je alweer bezig voor de finale van 2018?
Nou, wat dat betreft is het een hele mooie dag vandaag. Mijn collega Regien en ik hebben de ambitie om het elk jaar te organiseren. Vandaag bleek dat de universiteit er ook zo over denkt: de aula is opnieuw beschikbaar gesteld – dit jaar op 14 november – en we ontvangen ook nu weer sponsoring, met name van het Amsterdams Universiteitsfonds. Zonder dit fonds krijgen we het überhaupt niet voor elkaar. Daarnaast helpen ook de cateraar en onze andere sponsors, die de goodiebag flink vullen. Wij zijn dus heel blij.

Terecht. Mogen we, ten slotte, nog een tip voor toekomstige winnaars van de Mensa Fonds Award?
Als je iets met hart en ziel doet, dan straal je dat uit. Anderen het goede en het leuke gunnen levert je altijd wat op. Voor mij zijn bijvoorbeeld de lachende gezichten van de kinderen onbetaalbaar. Dát is winnen. En de award is mijn bonus.

Meer weten over het werk van Corina? Bekijk de website van de SlimmerIQuiz. Zelf iemand voordragen voor een Mensa Fonds Award en zo HB in beeld brengen? Dat kan via het online formulier.

Interview Fleur Terpstra

Interview met mr. Fleur Terpstra – winnaar Mensa Fonds Award categorie Onderwijs 2017
Interview door Joost Jager.

Fleur Terpstra is juriste en gespecialiseerd in juridisch-organisatorische vraagstukken. Door de roerige schoolcarrière van een jonger hoogbegaafd familielid en haar eigen ervaringen op school raakte ze betrokken bij de problematiek van hoogbegaafden in het Nederlandse onderwijssysteem. Tegenwoordig staat Fleur als jurist met haar bedrijf Terpstra Legal veelal ouders bij wiens kinderen dreigen vast te lopen in het onderwijs en soms thuis komen te zitten. Fleur ontving de Mensa Fonds Award vanwege haar combinatie van ervaring en juridische kennis van het onderwijsrecht, waarbij ze anderen prikkelt en uitdaagt om meer oog te hebben voor de behoeften van hoogbegaafde kinderen in het onderwijs.

Meer oog voor de behoeften van kinderen in het onderwijs. Je maakte het zelf mee.
Inderdaad. Ik verveelde me enorm in de klas. Toen ik tien jaar oud was bedachten ze dat ik maar naar de middelbare school moest gaan. Zie je het voor je? Mijn jongste broertje kwam helemaal niet mee op school. Op een gegeven moment zat hij thuis en ontstond er een conflict met de school. Ik studeerde toen rechten en ben stage gaan lopen bij de advocaat die hier bij betrokken was.

Dat kwam dus goed uit. En nu ben je gespecialiseerd in civiel- en onderwijsrecht.
Het is een veelzijdig rechtsgebied. Er is geen echt ‘handboek’ voor de zaken die je behandelt. Je moet altijd zelf een oplossing zoeken. Dat maakt het spannend en dynamisch. Helaas worden de uitspraken nauwelijks gepubliceerd, waardoor er maar weinig jurisprudentie is.

Kinderen die thuis zitten… dat kan toch helemaal niet in ons onderwijssysteem?
Het mag volgens de wet niet, maar het is de realiteit. Meestal ontstaat het thuiszitten geleidelijk: kinderen lopen vast in het systeem of worden ziek van school. Ouders hebben en voelen de plicht om voor hun kind te zorgen en soms hoort thuishouden daar ook bij. Het gebeurt gelukkig niet vaak dat een kind door een school wordt weggestuurd. Dat is een extreme maatregel. Daarbij is geen kind en geen situatie hetzelfde. Dat maakt het er niet eenvoudiger op.

Maar dan is een advocaat weer erg zwaar geschut…
Dat gebeurt zelden meteen. Als mensen bij ons komen kijken we zowel uit juridisch als onderwijskundig oogpunt naar de zaak. Meestal gaan we eerst in gesprek. Dat gaat niet alleen over de juridische aspecten, maar ook over wat betere opties zijn voor het kind qua onderwijs. Er is vaak al veel gebeurd, dus de prioriteit ligt bij rust en een oplossing voor het kind.

En op welk moment wordt jouw rol als jurist dominanter?
Mijn collega en ik werken altijd samen. Als het bemiddelende gesprek niet leidt tot een oplossing verandert onze insteek naar een meer juridische. Ik probeer daarbij altijd opbouwend te werken en niet vanuit een conflict. Maar soms is het al te laat. En dan krijg je een ander soort zaak. Dan moet je bijvoorbeeld naar de rechter of Geschillencommissie passend onderwijs.

Waar gaat het vaak mis?
De relatie tussen een school en de ouders staat in dit soort situaties al snel onder druk. De school ziet zich als deskundige, waardoor ouders zich miskend kunnen voelen. Ook omdat het gedrag van een kind thuis en op school enorm kan verschillen. Soms doen ouders een IQ-test met hun kind. Dan komen ze op school en die houdt ze een beroerde cijferlijst voor. Dat onderpresteren ook een symptoom van hoogbegaafdheid is gaat er bij veel scholen niet in.

Zie je inmiddels verbetering?
Zo lang de symptomen van hoogbegaafdheid niet worden begrepen of onderkend blijft het een lastig verhaal. Er worden inmiddels wel klasjes voor hoogbegaafde kinderen opgestart. Prachtig, maar hou er dan wel rekening mee dat kinderen met een IQ van 145+ erg van elkaar verschillen. Als er nu eentje niet mee komt, dan is er direct ‘iets mis’ met het kind. En dan zeg ik: het systeem is het probleem, niet het kind.

Laatst waren ‘thuiszitters’ weer in het nieuws. Je pleit in een reactie voor leerrecht.
Inderdaad. Leerplicht is mooi, maar waar zijn we mee bezig als we kinderen vrijstellingen geven omdat we niet weten wat we met ze aan moeten? Dat is een grote zwakte in ons onderwijssysteem. Ieder kind heeft het recht om te kunnen leren. Kinderen zijn wie ze zijn.
Daarom moeten we het systeem aanpassen.

Nog een laatste tip voor mensen die een Mensa Fonds Award ambiëren?
Er is veel onbegrip waarom hoogbegaafde kinderen zijn wie ze zijn. Dat is jammer. Als je een bijdrage kunt leveren aan het wegnemen van dit onbegrip, dan verdien je wat mij betreft een award!

Interview Jeroen Stolwijk, ontwerper Mensa Fonds logo

Interview met Jeroen Stolwijk, ontwerper van het Mensa Fonds Logo
(“Een logo is meer dan je naam in een kleurtje”, zie www.droomvorm.nl)

Jeroen Stolwijk, ontwerper van het Mensa Fonds logo: Toen het Mensa Fonds bij me kwam voor een logo, zijn we eerst gaan zitten om te bepalen wat het logo uit moest stralen. In een gesprek kun je meestal prima aanvoelen wat er belangrijk is en wat niet. Zeker als je een logo maakt, komen klanten vaak met wensen als ‘ik wil
graag dat het logo flexibiliteit uitstraalt. En stevigheid. En samenwerken. En betrouwbaarheid, eigenzinnigheid, teamspirit, zelfstandigheid…’ en nog een paar van dat soort termen. Klinkt interessant, maar met een logo moet je proberen de essentie te pakken.

Gelukkig was het bij het Mensa Fonds niet zo. Het idee was helder: het Fonds ondersteunt mensen, stimuleert groei en veelzijdigheid en helpt hoogvliegers ontwikkelen. Als je dat terugbrengt tot de essentie,dan houd je groei en ontwikkeling over als kern. Daar ben ik mee verder gegaan.
Tijdens het gesprek had ik al het idee gekregen om de veelzijdigheid van het Mensa Fonds naar voren te brengen door er een kleurrijk logo van te maken. Het ontwikkelen en groeien zou ik willen tonen door beweging in het logo te brengen. Als ik die twee elementen kon combineren met een beeld dat ook nog eens de ‘hoogvliegers’ zou tonen, zou ik een goed logo hebben, zo dacht ik.

En zo ben ik gaan zoeken naar vormen. Al snel zat ik op twee sporen.  Mensen in Beweging: groei en veelzijdigheid koppelen aan de mensen die het fonds ondersteunt; en Vrijdenkers, groei en beweging koppelen aan het hoogvliegers concept. En zo slopen er vanuit de Logo “Vrijdenkers” basis van de twee kernwoorden toch weer wat extra concepten in… maar dit keer als nuttige en welkome ondersteuning.

Vrijdenkers werkte ik uit tot een beeld van een vliegende, stijgende vogel. Een vogel die beweging aangaf, het gevoel van vrijheid, overzicht… en natuurlijk
een vrij letterlijke vertaling van hoogvliegers. Ik zag hier een reeks logo’s voor me: één kleur vogel voor een award, één kleur voor een ander project, enzovoort.
Dit logo legde de focus op de prestaties van de mensen die het Mensa Fonds zou ondersteunen.

Mensen in Beweging baseerde ik op de vorm van een Nautilus schelp.

Hele mooie natuurlijke vormen, die hét symbool zijn voor groei. Aan zo’n fantastische schelp wordt elke keer een nieuw kamertje gebouwd.

En het allermooiste is dat die schelp ook nog eens groeit in Fibonacci verhoudingen! Dat doet de innerlijke Mensaal goed… Ik stileerde de vormen van de schelp tot een spiraal en combineerde die met gezichten van mensen. Door die op de juiste manier te laten overlappen met de spiraal kreeg ik een ‘hoorn des overvloeds’ achtige vorm met veel kleuren en beweging.

Na een proef vond het Mensa Fonds de Mensen in Beweging versie het mooiste. Goed zo, het was ook eigenlijk mijn favoriet. En zo hadden we een mooi logo voor het Mensa Fonds! Ik ben er nog steeds erg tevreden mee, moet ik zeggen. Het is een logo geworden met veel kleur en beweging, maar toch met een herkenbare, strakke vorm. Eigenlijk geldt zowel voor het Mensa Fonds als voor het logo: vanuit de kern naar iets moois en complex.

Interview Suzanne Buis

Interview Suzanne Buis, dit interview is eerder verschenen in onze nieuwsbrief.

‘Pubers helpen van verstoppen naar (ver)schijnen’, het Mensa Fonds draagt bij aan nieuw boek door Suzanne Buis.
Suzanne Buis is moeder van een puber, kleuter en een peuter, ze is Mensa-lid en auteur van boeken over hoogbegaafdheid en tientallen kinderboeken. Dit jaar was Suzanne ook genomineerd voor een Mensa Fonds Award 2017. Mensa Fonds draagt financieel en qua netwerk bij aan de totstandkoming van haar boek over pubers en hoogbegaafdheid. Wat is haar plan?

Suzanne: “Alsof de puberteit niet al ingewikkeld genoeg is voor veel kinderen (en hun ouders), krijgen hoogbegaafde kinderen er vaak ook nog veel eerder mee te maken. Hoe is het om 10 te zijn en al volop in de hormonen te zitten, als een van de weinige kinderen in een klas? Om te worstelen met grote levensvragen, terwijl je klasgenoten vooral nog vechten over afgepakte gummetjes?

Hoogbegaafde kinderen kunnen zich in de puberteit nog eenzamer gaan voelen, wat weer de kans versterkt op somberheid en depressies. Het kan zelfs leiden tot de vraag ‘waarom ben ik hier nog’. Heel naar voor de kinderen en hun omgeving. Om hier iets positiefs in te kunnen betekenen, werk ik sinds deze zomer aan een opvolger van mijn boek ‘Mijn hoogbegaafde kind en ik’. Gifted@248, Magazine voor hoogbegaafde kinderen meldt binnenkort in een interview met mij over dit project: “Dat zal gaan over pubers. Veel hoogbegaafde kinderen puberen eerder dan gebruikelijk en ouders weten misschien niet zo goed wat ze moeten met een kind van tien dat al pubergedrag laat zien. Die kinderen hebben eerder ondersteuning nodig, bijvoorbeeld bij het kiezen van een middelbare school.”

Zoals in ‘Mijn hoogbegaafde kind en ik’ en mijn lees-en werkboek voor kinderen, ‘De droomdenker’, zal ik ook in dit boek nastreven de communicatie tussen kind en omgeving te versterken. Wederzijds begrip, samen zoeken naar oplossingen, zelfonderzoek bij de ouders en leerkrachten, inspireren en motiveren van de kinderen: allemaal middelen om tot verbetering van de situatie te komen.
Dit kan op vele manieren. Ik interview wederom ouders en deskundigen, en dit keer ook pubers zelf. Zij delen hun twijfels en hun wensen. De tips die ze delen zijn ook veelzeggend en soms ronduit confronterend. Ook dat past bij pubers. De kans dat ze het boek voor hun verjaardag vragen, zoals de lezers van mijn kinderboeken, acht ik niet zo groot. Wat mij fijn lijkt, is dat ze het oppakken wanneer ze zien dat hun ouders het lezen, misschien om te checken ‘of het wel ergens op slaat’. Als ze het dan zonder veel protest terugleggen en opgelucht zijn dat hun ouders zich hiermee bezig houden, ben ik tevreden.

Ik hoop dat het in dit boek weer lukt om ouders en leerkrachten te inspireren bij het begeleiden van hun puberende kinderen, zodat deze kunnen gaan van denken naar doen, van piekeren naar besluiten, van verstoppen naar (ver)schijnen.”
www.suzannebuis.nl

Interview Noks Nauta

Interview met Noks Nauta – winnaar Mensa Fonds Award categorie Maatschappij
Noks Nauta, psycholoog en bedrijfsarts, ontving na jaren van vrijwilligerswerk en tomeloze inzet de Mensa Fonds Award in de categorie Maatschappij. De jury had grote bewondering voor de wijze waarop Noks zich inzet op alle vlakken, zowel binnen als buiten haar eigen vakgebied. Een paar dagen voordat we haar spraken werd ze zelfs Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ze kreeg het lintje, net als de Mensa Fonds Award, vanwege haar inzet voor hoogbegaafde volwassenen en hoe zij het beste kunnen worden ingezet in de maatschappij. Noks was in 2000 een van de eersten die dit onderwerp op de kaart zette.  

We mogen je inmiddels twee keer feliciteren!
Inderdaad. Ik ben er wel een beetje ondersteboven van … Eigenlijk wil ik zelf helemaal niet in de schijnwerpers staan. Ik ga liever gewoon aan het werk! Eerlijk gezegd heb ik me nooit zo gerealiseerd wat de invloed is van wat ik doe. Het is me overkomen. De Mensa Fonds Award – en nu onlangs een lintje – zijn wel een fijne bevestiging van al het werk van de afgelopen jaren.

Waar komt de drang vandaan?
Drang is niet helemaal het juiste woord. Ik kwam er op mijn 52e achter dat ik hoogbegaafd ben. Er viel toen veel op zijn plek. Door mijn achtergrond als bedrijfsarts en A&O-psycholoog heb ik me in het onderwerp gestort en in 2010 samen met Maud van Thiel het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen (IHBV) opgericht. Dat is niet iets waarbij je binnen een paar maanden resultaat ziet. Je begint na jaren een keer te oogsten.

Je doet het al bijna zeventien jaar belangeloos. Hoe hou je dat vol?
(lacht) Tja, van mijn boeken word ik inderdaad niet rijk! Ik kon altijd prima rondkomen van mijn parttime baan en ben nu al zes jaar met pensioen. Zoals ik al zei: dit was niet gepland. Ik was in 2000 op een bijeenkomst van de Groei Op Het Werk SIG van vereniging Mensa. Iedereen die daar was had gedoe op het werk. Iedereen! Ik dacht bij mezelf: waarom weet ik dat niet met mijn professionele achtergrond? Toen ben ik begonnen.

Toen viel het kwartje?
Ja. En ik ben een academicus, dus ik wil onderzoeken. Dat is overigens geen eenzaam pad geweest, want ik werk en heb gewerkt met veel geweldige mensen: Betsy Buisman, Frans Corten, Maud van Thiel, Willem Wind en vele anderen … Het eerste artikel dat een vaktijdschrift accepteerde en publiceerde over hoogbegaafdheid van volwassenen was een belangrijke eerste stap richting meer acceptatie van hoogbegaafdheid.

Toch is er ook weerstand…
Dat hoort erbij, als onderdeel van het proces. De weerstand komt soms vanuit de ‘hoogbegaafde wereld’. Vaak zijn dit reacties die bij mensen ontstaan vanuit een diepere en persoonlijke problematiek. Vanuit de wetenschappelijke wereld krijgen we ook commentaar: ‘hoogbegaafdheid’ zou geen valide concept zijn. Dat is een lastige discussie.

Leg eens uit…
Maud van Thiel heeft in 2006 en 2007 een Delphi-studie gedaan: hoe ziet een hoogbegaafde volwassene eruit? Welke kenmerken zien we?  In de wetenschappelijke wereld vraagt men vaak om ‘harde’ cijfers, die hebben we bijna niet, dan moet je vanuit IQ-getallen werken. Maar op deze manier kunnen we juist breder kijken naar de mensen. We kijken uit principe naar de positieve kanten van hoogbegaafdheid. Dat kan een dilemma zijn in het kader van financiering. Zouden we een negatievere invalshoek nemen – bijvoorbeeld effecten op de gezondheid van mensen – dan zou het een argument kunnen zijn om externe fondsen te werven. Dat lukt helaas nog niet. Nu doen we alles zonder extern geld.

Zijn er vaak mensen die je om persoonlijk advies vragen?
Jawel, maar mijn antwoord is even kort als eenvoudig: je moet het echt zelf doen. Leer eerst jezelf kennen. Wat ik vertel is theorie. Jij leeft in de praktijk. Die moeten gaan matchen. Als je niet eerst rijlessen neemt voordat je in een snelle auto stapt, vlieg je waarschijnlijk meteen de bocht uit. Verdiep jezelf daarom in je eigen hoogbegaafdheid. En vooral: ben ertoe bereid. Dan ga je het snappen en vind je beter de weg in het leven en in je werk.

Er is dus niet één oplossing?
Natuurlijk niet. Ieder mens heeft ook een karakter. Unieke kenmerken. Het gaat ook niet alleen maar om dat IQ. Of die grens van 130. Hoog-intelligent zijn is niet hetzelfde als hoogbegaafd zijn. Ook je specifieke talenten en sociale capaciteiten spelen een rol in hoe je bent en ermee omgaat. Mensen stranden omdat hoogbegaafdheid niet wordt herkend of geaccepteerd. Dus zeg ik bijvoorbeeld wel eens tegen werkgevers: zoek de lastigste medewerkers op. Die hebben je het meeste te bieden. Die hoogbegaafde werknemer moet dan natuurlijk wel bereid zijn om naar zichzelf te kijken en zich constructief in te zetten. Mensen worden bijvoorbeeld lastig omdat ze hun ei niet kwijt kunnen en dingen willen verbeteren, terwijl anderen dat niet zo zien.

Wat wil je nog zeggen tegen de toekomstige winnaars van de Mensa Fonds Award?
Draag je boodschap uit waar het kan. Hoogbegaafdheid is mooi, maar er is nog veel weerstand en vaak is dat uit onwetendheid. Winnaars maken daarom het verschil!

Interview Tessa Kieboom

Interview met prof. dr. Tessa Kieboom
“Een wetenschappelijk kader omdat het kan”, winnaar Mensa Fonds Award categorie Onderwijs in 2016. Dit interview is eerder gepubliceerd in onze nieuwsbrief.

Prof. dr. Tessa Kieboom, directeur van Exentra (het vroegere Centrum voor Begaafdheidsonderzoek) in Antwerpen is een van de grootste autoriteiten op het gebied van (hoog)begaafdheid in Nederland en België. Zij stelt dat de kern van hoogbegaafdheid niet het hoge IQ is, maar het verruimde bewustzijn. Dit bewustzijn versterkt naarmate het IQ toeneemt en zorgt dat veel hoogbegaafden meer prikkels zien en voelen. Tessa geeft regelmatig lezingen aan docenten en andere betrokkenen om haar kennis over te dragen en hen te inspireren met praktijkcases.

En daar was opeens die prijs uit Nederland…
Ja, wat een eer, zeg… Het was echt totaal onverwacht! Nou ja, uw verdiensten liegen er niet om.

Bent u zelf hoogbegaafd?
<stilte> Eh… geen idee. Waarom ik het niet weet? Omdat dit me niet uitmaakt. Laat mijn toehoorders maar oordelen wat ze aan me hebben. Alleen IQ zegt zo weinig. Het gaat er om wat ik voor anderen kan doen. En niet of ik het zelf ‘ben’.

En toen?
Ik wijdde er mijn proefschrift aan! Al snel ontdekte ik dat er in Vlaanderen weinig tot niets te vinden was over het onderwerp. Het was onontgonnen terrein. Dus zocht ik een copromotor die er verstand van had. Dat werd uiteindelijk Prof.dr. Franz Mönks van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) in Nijmegen. Ik zag dat er behalve theorie ook in de praktijk veel te doen was. Dus richtte ik samen met de universiteit Nijmegen in 1998 het CBO in Antwerpen op. Zo ben ik min of meer diezelfde praktijk in geduwd.

Wat ontdekte u daar precies?
Ouders, leraren en leerlingen waren veelal aan het zoeken naar begrip. Hoogbegaafdheid heeft immers veel gezichten: leerlingen zijn lastig in de klas of juist heel stil… Als je probeert door te dringen bij zo’n kind, dan is het moeilijk om effect te sorteren. Het zegt dan ‘kan allemaal zijn, maar ik ben wél alleen…’. Daarom breng ik ze samen met andere kinderen zoals zij zelf: ontwikkelingsgelijken. Een feest der herkenning. Hoera, ik ben niet alleen! Dan beginnen ze vanzelf te vertellen.

Waarom nu die focus op ‘onderpresteerders’?
Vat dat niet verkeerd op. Van kinderen die de diagnose hoogbegaafd krijgen wordt opeens heel veel verwacht. Hun gemeten IQ leidt tot verwarring. Men veronderstelt, op basis van vooroordelen, dat zo’n kind direct als een topper presteert. Als het dan niet aan de verwachtingen voldoet, dan heet dat direct
onderpresteren. Nou, dat wil je op die leeftijd niet horen. Als je goed kan voetballen, dan wordt er gezegd ‘we zullen zien hoe het zich op het veld ontwikkelt’. En zo hoort het. Ook bij hoogbegaafde kinderen.

Uw werk ontstond vanuit het onderwijs, maar u bedient inmiddels ook het bedrijfsleven.
Klopt. Daar wordt eveneens meewarig en met vooroordelen naar hoogbegaafdheid gekeken. En ook daar krijgen mensen een burnout omdat ze hoogbegaafd zijn. Met een casus en daarna persoonlijke gesprekken kan ik goede voorbeelden geven en zaken duiden. Zij die er dan met een open geest naar kijken, vinden binnen de organisatie uiteindelijk toch de juiste mensen.

Waarom schept u, in tegenstelling tot anderen, wel een wetenschappelijk kader?
Heel simpel: omdat het kan. In de afgelopen twintig jaar zijn er ruim zesduizend mensen voorbij gekomen, jong en oud. Allemaal individuen, dus unieke gevallen. Daarom kunnen we onze zaken niet té gestructureerd aanpakken. Maar met deze aantallen zie je op een gegeven moment toch patronen. Dus ga je referentiekaders gebruiken, uiteraard zonder in routine te vervallen. Het blijven mensen.

Ga je dan niet steeds meer werken aan preventie?
Jazeker, dat doen we ook. We zien immers niet alleen patronen, maar net zo goed de gevolgen. En wat eveneens helpt is dat hoogbegaafdheid steeds beter geaccepteerd wordt. Scholen wachten niet langer af maar handelen proactief, ouders staan er steeds meer voor open. Exentra geeft steeds meer lezingen en
verzorgt tegenwoordig gespecialiseerde opleidingen hoe mensen in het onderwijs om kunnen gaan met specifieke leerlingen.

Het gaat goed dus. Heeft u nog een tip voor hen die een Mensa Fonds Award ambiëren?
Als je dat ambieert, zorg dan dat je je honderd procent in de ander kunt inleven. Want alle aspecten van het hoogbegaafd zijn hebben invloed. Als dat lukt, dan zie je gegarandeerd wat de échte parels zijn.

Waarom dan toch die interesse in het onderwerp?
Eerst studeerde ik Economie, stel je voor. Daarna werd het Didactiek aan de Universiteit van Antwerpen. Zo kwam ik met hoogbegaafdheid in aanraking. Pas echt concreet werd het toen ik stagebegeleider werd en ook les ging geven. Ik had een leerling met hele goede resultaten, maar die zat eigenlijk nooit op te letten. Toen ik haar vroeg of de lesstof haar wel interesseerde zei ze ‘nee’. Dat vond ik fascinerend.

Interview Rudo Slappendel

Ontmoet de opvolger van Alexander Pechtold bij het Mensa Fonds!
Rudo Slappendel is de veilingmeester op de Mensa Fonds benefietveiling van 11 februari 2017. Eerder trad hij al in de voetsporen van Alexander Pechtold. Tijd voor wat vragen aan hem….

Rudo, je leidt als vrijwillige veilingmeester de Mensa Fonds veiling: wat motiveert je?
Ik heb Mensa vanaf een zijlijn gevolgd, doordat mijn vriendin Leila Prnjavorac er actief voor is. Ik vind het een leuke club mensen en zet mij graag voor dit goede doel in.

Als professionele veilingmeester volgde je Alexander Pechtold op: hoe kwam dat zo?
Pechtold zou een veiling leiden, maar moest 15 minuten van tevoren afzeggen vanwege politieke verplichtingen. De organisatie zat met de handen in het haar. Ik had al eerder als veilingmeester opgetreden, dus voor mij een logische stap om mijzelf aan te bieden. Dit werd een succes en ik heb de hamer voor deze veiling van hem overgenomen.

Heb je verder nog ambitie om Alexander Pechtold op te volgen, als partijleider D66?
Nee hoor, dat mag hij blijven doen.

Wat vind je leuk aan veilingmeester zijn?
Ik vind het leuk om, in dit geval, voor het fonds geld op te halen. Het is leuk om met je publiek te spelen en net die ene euro mee eruit te kunnen slepen. Dus wees op je hoede zaterdag ;-).

Heb je nog een anekdote, tips, iets om mee te geven aan bezoekers…..
Een tip voor zaterdag; Pas op, als je kriebel aan je hoofd hebt, of naar een vriend/kennis zwaait. Je hand omhoog is een bieding!

Meer informatie over Rudo Slappendel vind je op/via zijn LinkedIn pagina : klik hier

Interview Lotte van Lith

Hieronder het interview met Lotte van Lith, winnaar van de Mensa Fonds Award 2016 in de categorie “Werk”. Dit interview is gepubliceerd in onze nieuwsbrief #32. Interviewer Joost Jager.

Nou Lotte, vertel: wat ging er door je heen?
(harde lach) Op naar de Nobelprijs, dacht ik! Nee, flauwekul. Weet je, stel dát ik ‘m ooit mocht winnen, dan graag door te schrijven. De Mensa Award is al een hele grote eer. Het Mensa Fonds is een goede verbinding met de maatschappij. Ik ervaar de award daarom als een bijzondere erkenning en waardering voor wat ik doe.

Goed voor je ambitie?
Poeh… ambitie is voor mij niet een doel. Het is meer een proces. Ik ben 31 jaar, dus heb tijd en ruimte ge-noeg. Ik doe nu wat ik leuk en waardevol vind, dat is veel belangrijker. Dit beschouw ik écht als een cadeau-tje voor mezelf. Ik ga wat mij betreft nog heel lang door met dit werk. Alleen in welke vorm… geen idee. Nog niet.

Wat je nu doet lijkt geen vooropgezet plan, kijkend naar je opleidingen…
Klopt. Ik begon met Communicatiewetenschappen en ben toen de linguïstische kant opgegaan. De literatuur-wetenschap heeft me uiteindelijk het meeste gevormd. In 2010 werd ik door iemand gewezen op Dabrowski en zijn theorie van Positieve Desintegratie. Ik herkende mijzelf in die theorie. Net als de manier waarop ik naar anderen kijk. Het raakte me enorm.

Kwam het zo dchtbij?
Ja. Ik kreeg een ontwikkelgericht perspectief op innerlijke en externe conflicten. Dit ben ik ook gaan delen. Als je het bewust voelt en er mee om leert gaan, dan kan het je eigen ontwikkeling enorm helpen. Ik herkende veel van mezelf in de theorie – soms met enige gêne – en was op een gegeven moment de verwarring voorbij. Een geweldig positief proces.

En toen ben je je gaan richten op hoogbegaafde mensen?
Nee, ik ben me gaan richten op persoonlijke ontwikke-ling. Begaafd-gevoeligheid werd gaandeweg een speci-alisatie. Het is dus niet vreemd dat ik veel begaafd-gevoelige mensen coach. Het belangrijkste is of het werkt. Een goede klik is heel waardevol. Dan ontstaat er een band en kunnen we samen werken aan iemands persoonlijke ontwikkeling.

Zijn er mensen die met jou ontdekken dat ze bovengemiddeld begaafd zijn?
Je deelt, je onderzoekt… soms is dat de sleutel tot een groter inzicht, ja. Ontdekkingen van mensen gaan voor-al over hoe begaafdheid en gevoeligheid samenhangen met conflicten. En met uitdagingen waar ze mee wor-stelen. We hanteren begaafdheidsperspectief om te onderzoeken hoe iemand betekenis geeft aan zijn of haar leven. Ik zie overeenkomsten, maar veel van de uitdagingen zijn voor ieder mens weer anders.

Wat is dan je eerste advies aan deze mensen?
Hoogbegaafdheid is hoe we fenomenen van de natuur kunnen begrijpen. Ik zal iedereen aanmoedigen om het in de volle breedte en diepte te omarmen. Het is geen label om je achter te verschuilen, maar een kans om je verder te ontwikkelen. Ik wil daarom al mijn ervaringen en inzichten nog eens vervatten in een boek, zodat dit proces helder wordt.

En wat zeg je tegen toekomstige winnaars van de Mensa Award??
(denkt even diep na) Neem hem liefdevol in ontvangst.

Lotte van Lith werkt als schrijver, coach, spreker en onderzoeker op het gebied van hoogbegaafdheid. Zij gebruikt hierbij de theorie van Positieve Desintegratie van de Poolse psycholoog en psychiater Kazimierz Dabrowski. Lotte verzorgt lezingen, workshops, studiedagen en individuele begeleiding. Haar invalshoeken hierbij zijn divers: filosofie, wetenschap, kunst en spiritualiteit. Voor de mensen met wie ze werkt is ze inspiratiebron en moti-vator. Ze helpt op creatieve en multidisciplinaire wijze vele hoogbegaafde mensen bij de manier waarop zij hun talent benutten.

Interview Lavinia Meijer

Interview met Lavinia Meijer, winnaar van de Mensa Fonds Award ‘Maatschappij’

Lavinia Meijer is één van Nederlands bekendste harpisten. Ze was 8 jaar toen haar hoogbegaafdheid aan het licht kwam. Op haar 9e nam ze plaats achter de harp, op haar 11e mocht ze naar het gymnasium, op haar 13e gaf ze concerten en (pas) op haar 17e ging ze naar het Conservatorium. Nu wordt ze als 32-jarig internationaal artieste bedolven onder de waardering. Lavinia is een goed voorbeeld van een hoogbegaafd persoon die het maatschappelijk ver heeft geschopt. Toch nam ze op 7 november 2015 de Mensa Fonds Award in de categorie Maatschappij bescheiden en verrast in ontvangst.

Lavinia, gefeliciteerd! Vertel, hoe ervaar je deze erkenning?
“De nominatie was al een grote verrassing, omdat ik niet echt actief ben binnen Mensa. Ik weet nog steeds niet wie mij heeft genomineerd… Ik voel mij wel trots. In 2011 werd ik voor het programma Pavlov getest op talent en succesfactoren. Volgens de professor kon ik met mijn hoge score alles worden en doen. Enerzijds voelde ik me gevleid, anderzijds vond ik het jammer dat mijn talent blijkbaar niet per se bij de harp ligt. De Award maakt dat een klein beetje goed. Ik weet daardoor dat mensen de creativiteit in mij zien, en de manieren waarop ik de harp bespeel, belicht en presenteer.”

Interview Ilona Boeren

Interview met Ilona Boeren in mei 2014, gepubliceerd in Nieuwsbrief #7.

Aan het woord over Mensa Fonds:
Ilona Boeren van Hobbyfun stelde voor de Mensa Fonds veiling van januari 2014 twee workshops beschikbaar!

Ilona, wat motiveerde je om dit te geven?

Ik had het Mensa Fonds al een tijdje gevolgd. Het leuke van de veiling was dat ik niet via een groot bedrag contant geld maar met een dienst kon meedoen. Ik sta achter het doel en kan op deze manier mijn bijdrage leveren.

Vond je het, terugkijkend, de moeite waard om mee te doen?

Ik wil steun verlenen en dit was een prima manier. Het leuke is, het Mensa Fonds is zo verbonden met dat wat mensen waarde ren, en ik laat de kwaliteit zien van Hobbyfun. De mensen bieden erop en dat komt dan ten goede aan het Mensa Fonds. Als er weer zoiets komt, lever ik graag weer een bijdrage.

Heb je tips voor het Mensa Fonds, en wellicht een goede wens?

Ik bood een workshop aan voor 8-10 personen en dan lijkt het een groot bedrag, maar als je het per persoon aanbiedt, is het heel redelijk. Anderen boden hun activiteit per persoon aan. Dat doe ik volgende keer ook omdat het dan beter overkomt. Daarmee wil ik doelen van het Mensa Fonds onder steunen zoals onderzoeken doen naar hoogbegaafdheid en de positieve kant benadrukken.

Interview Esmeralda Klein Reesink

Een gift aan Mensa Fonds in plaats van cadeaus
Esmeralda Kleinreesink, militair en schrijver van Officier in Afghanistan (http://kleinreesink.com/boeken) , promoveerde op 11 september bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en vroeg daarbij om een gift aan Mensa Fonds in plaats van cadeaus. Haar actie bracht € 265,- op, waarvoor dank!

Esmeralda, hoe kwam je erop om dit te doen?
Zoals Loesje zegt, ‘ik heb alles al’. Meestal komt iedereen met een grote fles wijn en ik hou niet van wijn dus mijn schrik-beeld was een hele kelder vol slechte wijn na deze promotie. Bij Defensie waar ik werk zie je vaker dat mensen een gift vragen als ze iets te vieren hebben. Mensa is dan een doel dat bij mij past, en ook bij mijn promotie.

Heb je al reacties gehad op je oproep aan het Mensa Fonds te schenken?
Ja, bijvoorbeeld van iemand die dacht dat het om ‘dat vreselijk slechte eten in de universiteit’ ging. Toen ik het uitlegde, vond hij echter dat hoogbegaafd niet ‘zielig’ genoeg was om aan te doneren. En gisteren een collega die ooit verwezen was naar Mensa naar aanleiding van een test, omdat zij zelf hoogbegaafd zou zijn. Waarom zou je dat willen weten, vroeg zij zich af. Mijn antwoord: omdat je dan lid kunt worden van de allergezelligste vereniging, de enige waar je een klik kunt hebben met 60-70% van de mensen, dat is toch zeldzaam

Promoveren is veel en complex werk. Welke bijdrage levert jouw onderzoek aan wetenschap en maatschappij?
Zowel op de inhoud, kwantitatief onderzoek naar militaire memoires in diverse landen, als op methodologie heb ik innovatie gebracht. Lees mijn hele proef-schrift op http://repub.eur.nl/pub/51741/ of, voor Mensa leden, kom naar mijn presentatie op het OW. We weten nu welke militairen waarover schrijven en waarom, en kunnen zelfs voorspellen wat er gebeurt qua publicaties als je duizenden militairen gaat uitzenden. Hier is veel over te zeggen maar aardig is alvast te melden dat veel (ex-)militairen schrijven om te werken aan verandering of om anderen te helpen.

Welke bevinding wil je graag met veel mensen delen?
Dat militairen niet alleen schrijven vanwege de desillusie over wat ze in een uitzending of oorlog hebben meegemaakt – dit was lang de veronderstelling – maar dat ze ook positieve verhalen hebben over hoe ze zelf gegroeid zijn en wat ze geleerd hebben. Ze zijn zeker niet kritiekloos op de eigen organisatie maar wel positief.

Heb je nog wensen of goede raad voor het Mensa Fonds?
Zeker, ik hoop dat conform de plannen bij de oprichting de bijzondere hoogleraar aangesteld gaat worden. Begrijpelijk dat dit mij als promovendus inspireert, daar is mijn bijdrage voor bedoeld.

Interview Danielle Krekels

De Belgische Danielle Krekels is de bedenker van CoreTalents(.be), een methode die aan de hand van 23 KernTalenten iemands aard, potentieel en intrinsieke motivatie weergeeft. Hieruit ontstaat een genuanceerde ‘blauwdruk’, oftewel je ‘maximale positieve rekbaarheid’. Daarmee vonden al vele hoogbegaafden duurzaam een plek in het werkzame leven. Zo levert Danielle een grote bijdrage aan het herkennen en inzetten van talenten in de werkomgeving. Vandaar dat zij op 7 november 2015 de Mensa Fonds Award in de categorie Werk dankbaar en glunderend in ontvangst nam.

Danielle, gefeliciteerd! Vertel, hoe ervaar je deze erkenning?
“Het doet ontzettend plezier, ik straal nog altijd als ik eraan denk. Individuele erkenning van toepassers en gebruikers van de CT-methode is één ding. Maar de award komt namens een grote groep. Dat geeft een ontzettend goed gevoel, want we zijn er al sinds 1989 mee bezig. HB’ers kunnen veel en dus denkt men dat ze dit ook zullen waarmaken. Maar als hun potentieel niet wordt vergezeld van aard en motivatie, dan wordt dat verkwist. Waar je persoonlijke talenten de eisen van de maatschappij kruisen, daar ligt je missie. Dit is de mijne; het verder blootleggen van de hiërogliefen van de menselijke psyche.”

Waar heb je je inspiratie uit gehaald tijdens de totstandkoming van CoreTalents?
“Vroeger voorspelde mijn vader dat mijn broer ingenieur zou worden omdat hij zoveel speelde en bouwde met Lego. Toen ik eind 20 was en mijn eigen ingenieurs(selectie)bureau had, ontmoette ik andere ingenieurs. In onze urenlange gesprekken zeiden ze vaak dat ze als kind ook al met dit en dat speelden. Ik legde de link met de natuurlijke talenten, aard en motivatie, en met iemands huidige activiteiten. Iedereen die ermee werkt en de test heeft gedaan, ervaart enorm veel herkenning. Alsof hun DNA wordt opgelezen. Dit inspireerde mij om dat verder te onderzoeken en ontwikkelen.”

Welke tegenslagen kwam je tegen en hoe (creatief) ging je daarmee om?
“We onderscheiden drie dimensies van creativiteit: functioneel, esthetisch en mentaal. Bij mij zijn ze alle drie vrij sterk aanwezig en vooral de mentale is goed ontwikkeld. Als niet-psycholoog werd ik eerst niet op waarde geschat (ter inspiratie, Danielle citeerde hier Gandhi’s ‘First they ignore you…’ enzovoort, red.). Toen heb ik mijn mentale creativiteit ingezet, plus mijn KernTalenten voor doorzettingsvermogen, ondernemendheid en focus. Ik liet mij niet tegenhouden.”

Hoe ver ben jij in de benutting van jouw ‘maximale positieve rekbaarheid’?
“Hoewel ik al voor 95% leef en werk volgens mijn KernTalenten, denk ik dat er nog geen enkel talent helemaal klaar is. Ik heb nog wel 70 jaar nodig om alles tot volle wasdom te laten komen. Het is mijn droom om in Europa binnen 5 tot 7 jaar de CT-methode ingeburgerd te krijgen, zodat iedereen positieve en duurzame keuzes kan baseren op zijn sterkste KernTalenten. Dan raakt de theepot gevuld, zodat je aan anderen kunt schenken. Verder droom ik dat koppels elkaars KernTalenten kennen. Dat vermindert ruzie en vergoot de energie en de liefde in relaties.”

Waartoe motiveert de Award jou?
“Om verder te gaan en mijn methode aan de wereld te laten zien. Ik heb het zelf lang aanmatigend gevonden om te zeggen dat ik de bedenker ben van deze methode, maar ik wil stoppen met die valse bescheidenheid, want ik zie elke dag wat de methode brengt. Ik wil stoppen met ‘straalangst’, zoals in het gedicht van Marianne Williamson verwoord (‘Our deepest fear’, red.) en prachtig in die ene term samengevat door een van onze analisten.”

Hoe zet jij jouw KernTalenten in tijdens de feestdagen?
“Eén van mijn KernTalenten is sociale organisatie. Ik heb de behoefte om dingen te organiseren waar veel mensen naartoe komen en plezier aan beleven, dus ik heb de hele familie, zo’n 35 personen, uitgenodigd bij ons thuis. Dat is een feest! Ook mijn talent voor lineaire methodische ordening -het systematisch ordenen van servies bijvoorbeeld- zal van pas komen…”

Nou weet ik niet of ik je aanspreek op een KernTalent…maar wat adviseer je toekomstige genomineerden, winnaars en voordragers?
“Zelf heb ik mijn geldprijs geherinvesteerd in de hb-maatschappij. De prijs komt tenslotte ook daar vandaan. Als je steun krijgt, heb dan de moed om je werkzaamheden verder uit te bouwen en ten goede te laten komen aan de maatschappij.”

Interview Anita Wuestman

Interview met Anita Wuestman, winnaar van de Mensa Fonds Award ‘Onderwijs’

Stichting SquibS(.nl) organiseert activiteiten voor hoogbegaafde jongeren van 11 tot 23 jaar. Anita Wuestman is de oprichter en drijvende kracht. Jongeren krijgen de gelegenheid om aansluitend bij hun behoeften en talenten ervaringen op te doen en te delen. Omdat hoogbegaafden een kleine peer group hebben, zijn initiatieven zoals SquibS onontbeerlijk om andere ‘snelle snappers’ te vinden. Vandaar dat zij op 7 november 2015 de Mensa Fonds Award in de categorie Onderwijs glinsterend van jeugdig enthousiasme in ontvangst mocht nemen.

Anita, gefeliciteerd! Vertel, hoe ervaar je deze erkenning?
“Toen Grethe me belde dat ik genomineerd was, voelde ik me zeer geraakt en geëmotioneerd. Een persoonlijke erkenning voor de jaren dat ik bezig ben op het gebied van hoogbegaafdheid. Ik zet nu mijn gemis in de begeleiding van mijn hb-kinderen positief in voor de ouders van nu. Het daadwerkelijk winnen van de prijs had vooral een professionele lading die mij als kwartiermaker meer overtuigingskracht geeft. Landelijke erkenning helpt om lokaal dingen gerealiseerd te krijgen.”

Welke tegenslagen kwam je tegen en hoe (creatief) ging je daarmee om?
“Schoolleiders, docenten en directeuren zien nog onvoldoende wat voor mooie rol begaafde kinderen kunnen spelen op het gebied van onderwijsvernieuwing. Aan hun snelle, heldere feedback, merk je of een bepaalde aanpak werkt. Goede en systematische experimenten leveren pedagogische en didactische inzichten op waar uiteindelijk het hele onderwijs van profiteert. Gelukkig ben ik vrij praktisch in het omgaan met frustraties. Ik laat mensen zelf ervaren en zien. Ik ben dan ook meer een meewerkend voorman in plaats van een adviseur.”

Waar heb je je inspiratie uit gehaald tijdens de totstandkoming van SquibS?
“Binnen oudervereniging Pharos was ik actief als ouder, daarna via de ECHA-opleiding als professional. In mijn zoektocht naar een denkraam voor de mismatch tussen cognitief getalenteerden en de samenleving kwam ik uit bij Spiral Dynamics (een model met acht niveaus van bewustzijnsontwikkeling, red.). Waar regulier onderwijs zich richt op de basale niveaus, wilde ik jongeren activiteiten aanbieden die de gehele range bestrijken, zodat we niet alleen rechtdoen aan hun cognitieve talenten, maar ook aan hun emotionele ontwikkeling.”

Waartoe motiveert de Award jou?
“Dat ik doorga! Nu één van mijn dromen met SquibS gerealiseerd is, benader ik mijn volgende droom met meer zelfvertrouwen en overtuiging: het ontwikkelen van een bovenschools talentencentrum in mijn regio, voor wederzijds lerende uitwisseling tussen leerlingen en leraren.”

Wat ben je in 2016 met SquibS van plan?
“We gaan laagdrempeliger activiteiten aanbieden om meer jonge deelnemers in de groep van 11 tot 13 jaar te werven. Verder zullen we meer voorlichting faciliteren aan docenten, in de vorm van workshops en studiedagen, gegeven door de leerlingen zelf. Plus: spectaculair survivallen in Slovenië!”

Tot slot, wat adviseer je toekomstige genomineerden, winnaars en voordragers?
“Zie deze groep van cognitief getalenteerden als een kans om innovaties te realiseren! Het is niet alleen voor henzelf interessant om te groeien en te bloeien, maar ze zijn ook de perfecte testgroep waarmee jij kunt onderzoeken, experimenteren, pionieren en verspreiden.”